ECLI:NL:CRVB:2005:AT5530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WW-dagloonvaststelling wegens onvoldoende grondslag WAO-dagloonvaststelling
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen de vaststelling van het WW-dagloon, gekoppeld aan het WAO-dagloon, vastgesteld op ongeveer f 80,95. De Raad verwijst naar een gelijktijdige uitspraak waarin de WAO-dagloonvaststelling werd beoordeeld en vastgesteld dat deze niet aan de vereiste zorgvuldigheid en kenbaarheid voldoet.
Gezien de nauwe samenhang tussen de WW- en WAO-dagloonvaststellingen kan de WW-dagloonvaststelling niet in stand blijven. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit van 23 september 2002 en bepaalt dat gedaagde opnieuw moet beslissen op het bezwaar van appellant.
Daarnaast behandelt de Raad de proceskosten en wijst aan appellant een vergoeding toe van € 483,--, zijnde de helft van de begrote kosten voor rechtsbijstand in samenhang met een andere zaak. Tevens wordt vergoeding van griffierechten toegekend.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 28 april 2005 en benadrukt het belang van een zorgvuldige en kenbare afweging bij dagloonvaststellingen in sociale zekerheidszaken.
Uitkomst: Het besluit tot vaststelling van het WW-dagloon wordt vernietigd en gedaagde dient opnieuw te beslissen op het bezwaar van appellant.