ECLI:NL:CRVB:2005:AT5598

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 mei 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/4738 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • J. Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard wegens tijdige betaling griffierecht in hoger beroep WAO

De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet tegen haar eerdere uitspraak waarin het hoger beroep van opposant niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht. Uit het verzet bleek dat het griffierecht op 19 oktober 2004 wel degelijk tijdig was voldaan.

De Raad concludeerde dat de eerdere niet-ontvankelijkverklaring onterecht was en verklaarde het verzet gegrond. Hiermee vervalt de eerdere uitspraak en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Deze beslissing is genomen op grond van artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat bepaalt dat bij gegrond verzet de eerdere beslissing vervalt en het proces wordt voortgezet. Hiermee wordt de procedure hervat en krijgt opposant alsnog de mogelijkheid om inhoudelijk behandeld te worden.

Uitkomst: Het ingestelde verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/4738 WAO
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], opposant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 26 januari 2005 het namens opposant ingestelde hoger beroep tegen een ten aanzien van hem gegeven uitspraak van de rechtbank Arnhem van 5 augustus 2004, nummer AWB 04/451, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald.
Tegen die uitspraak heeft mr. M.M. Enneking, advocaat te ’s-Hertogenbosch, namens opposant een verzetschrift ingediend.
II. MOTIVERING
Ten gevolge van het gedane verzet dient de Raad thans de vraag te beantwoorden of het hoger beroep bij zijn uitspraak van 26 januari 2005 terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
De Raad heeft geconstateerd, zoals tevens door de gemachtigde van opposant in het verzetschrift is aangegeven, dat het verschuldigde griffierecht op 19 oktober 2004, derhalve tijdig, is betaald.
Uit het vorenstaande volgt dat het namens opposant gedane verzet gegrond dient te worden verklaard.
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vervalt de uitspraak waartegen verzet is gedaan en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Met toepassing van artikel 8:55 van Pro de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond.
Aldus gegeven door mr. J. Janssen, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2005.
(get.) J. Janssen.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.