ECLI:NL:CRVB:2005:AT5633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht bij toekenning aanvullende studietoelage
Appellante verzocht om wijziging van haar studiefinanciering van een basisbeurs naar een basisbeurs plus aanvullende beurs met ingang van 1 januari 2002. Gedaagde weigerde dit met terugwerkende kracht toe te kennen en handhaafde de ingangsdatum op 1 december 2002. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat studiefinanciering als één geheel moet worden beschouwd en dat haar aanvraag tijdig was ingediend, ook al had zij aanvankelijk alleen de basisbeurs aangevraagd. De Raad herhaalde dat volgens artikel 3.21, tweede lid, van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) toekenning van een aanvullende beurs niet met terugwerkende kracht mogelijk is, hetgeen ook gold onder de oude WSF.
De Raad oordeelde dat appellantes verzoek als een nieuwe aanvraag moet worden gezien en dat de wettelijke regeling niet onredelijk of onbillijk is toegepast. De omstandigheden van appellante rechtvaardigen geen afwijking van de wettelijke regeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen toepassing gegeven aan de hardheidsclausule van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De aanvraag voor een aanvullende studietoelage wordt niet met terugwerkende kracht toegekend; de ingangsdatum blijft 1 december 2002.