ECLI:NL:CRVB:2005:AT5634

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 april 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/5789 WSF
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Janssen
  • D.J. van der Vos
  • G.J.H. Doornewaard
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:7 AwbArt. 8:75 AwbArt. 6.11 Wsf 2000
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vaststelling draagkracht op basis van gecorrigeerd verzamelinkomen zonder huishoudcorrectie

Appellante maakte bezwaar tegen de vaststelling van haar draagkracht over 2003, waarbij een maandbedrag van €19,11 was vastgesteld. Dit bezwaar werd door de gedaagde, de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep, ongegrond verklaard. De rechtbank Assen verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat de uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, onderdeel van haar verzamelinkomen 2001, gedeeld moest worden door het aantal personen in haar huishouden, omdat de uitkering mede in het levensonderhoud van drie personen voorzag.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank Groningen bevoegd was, maar verklaarde de uitspraak van de rechtbank Assen voor gedekt. Inhoudelijk volgde de Raad de rechtbank en verwierp het beroep van appellante. De wet laat geen ruimte om bij de vaststelling van de draagkracht rekening te houden met het aantal personen dat van het inkomen afhankelijk is. De berekening van het maandbedrag door de gedaagde was correct en het beroep werd ongegrond verklaard.

De Raad zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Appellante was niet verschenen bij de zitting van de Raad op 18 maart 2005, waar de zaak werd behandeld.

Uitkomst: De vaststelling van de draagkracht van appellante over 2003 op basis van het gecorrigeerde verzamelinkomen zonder correctie voor het aantal personen in de huishouding wordt bevestigd.

Uitspraak

03/5789 WSF
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,
en
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij besluit van 6 maart 2003 heeft gedaagde appellantes bezwaar tegen het besluit van 6 januari 2003, houdende vaststelling van haar draagkracht over 2003, ongegrond verklaard.
De rechtbank Assen heeft bij uitspraak van 15 oktober 2003, kenmerk 03/352 WSFBSF, het beroep van appellante tegen het besluit van 6 maart 2003 ongegrond verklaard.
Appellante heeft tegen die uitspraak hoger beroep ingesteld op bij beroepschrift van
24 november 2003 aangevoerde gronden.
Gedaagde heeft een verweerschrift d.d. 9 februari 2004 ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 18 maart 2005, waar appellante niet is verschenen. Gedaagde heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. drs. E.H.A. van den Berg, werkzaam bij de Informatie Beheer Groep.
II. MOTIVERING
Het gaat in dit geding om de beantwoording van de vraag of het bestreden besluit van 6 maart 2003, waarbij gedaagde het bezwaar tegen de vaststelling van de draagkracht van appellante over 2003 op € 19,11 per maand, ongegrond heeft verklaard, in rechte stand kan houden.
De rechtbank heeft die vraag bevestigend beantwoord. Zij heeft hiertoe overwogen dat ingevolge artikel 6.11 van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) de draagkracht van appellante over het jaar 2003 terecht is vastgesteld aan de hand van het gecorrigeerde verzamelinkomen van appellante over het jaar 2001, zoals verstrekt door de belastingdienst en welke inkomensgegevens door appellante ook niet zijn betwist.
Appellantes stelling dat voor een reële berekening van haar draagkracht de ontvangen uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, welke onderdeel uitmaakt van appellantes verzamelinkomen over 2001, dient te worden gedeeld door het aantal van haar huishouding deel uitmakende personen (drie) in wier levensonderhoud door deze uitkering wordt voorzien, is door de rechtbank verworpen. Daartoe is door de rechtbank overwogen dat voor deze opvatting geen steun kan worden gevonden in de wet, nu in de op de vaststelling van de draagkracht betrekking hebbende wetsbepalingen geen ruimte is gelaten om bij bedoelde vaststelling op enigerlei wijze rekening te houden met het aantal personen dat voor hun bestaan van het gecorrigeerde verzamelinkomen afhankelijk is.
Aan de rechtbank is evenmin gebleken van onjuistheden in de berekening door gedaagde met betrekking tot het maandbedrag van de draagkracht van appellante over 2003. Daarop is het beroep door de rechtbank ongegrond verklaard.
De Raad overweegt als volgt.
De Raad overweegt allereerst dat op het door appellante ingestelde beroep door de rechtbank Assen is beslist terwijl de rechtbank Groningen daartoe ingevolge artikel 8:7, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevoegd was. De Raad ziet evenwel aanleiding om met toepassing van artikel 28 van Pro de Beroepswet bedoelde onbevoegdheid voor gedekt te verklaren en de uitspraak als bevoegdelijk gedaan aan te merken.
Vervolgens ingaande op de inhoudelijke kant van de zaak, beantwoordt de Raad de bovengenoemde rechtsvraag, evenals de rechtbank, bevestigend en stelt zich daarbij achter de hierboven weergegeven overwegingen van de rechtbank.
In hetgeen door appellante in hoger beroep is aangevoerd - in essentie een herhaling van hetgeen bij de rechtbank naar voren is gebracht en door de rechtbank op goede gronden is verworpen - heeft de Raad geen aanleiding gevonden om tot een andersluidend oordeel te komen.
Het vorenstaande leidt ertoe dat de aangevallen uitspraak in stand dient te blijven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. D.J. van der Vos en mr. G.J.H. Doornewaard als leden, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Meijer als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 29 april 2005.
(get.) J. Jansen.
(get.) J.E. Meijer.