ECLI:NL:CRVB:2005:AT5708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsongeschiktheidspercentage 65-80% bij knieartroseklachten
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om hem een WAO-uitkering toe te kennen met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65 tot 80%. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd betoogd dat onvoldoende rekening was gehouden met knieklachten en artrose.
De Raad overwoog dat de beperkingen correct waren vastgesteld en dat de arbeidsdeskundige functies heeft geselecteerd die binnen de medische beperkingen van appellant vallen. Het inkomensverlies werd berekend op 65,52%, wat overeenkomt met de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid.
De Raad vond dat appellant voldoende functies met voldoende arbeidsplaatsen waren voorgehouden binnen zijn belastbaarheidspatroon. Het bezwaar dat de knieklachten onvoldoende waren meegewogen, werd verworpen mede gelet op het commentaar van de bezwaarverzekeringsarts. De Raad bevestigde daarom het besluit en zag geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 65 tot 80%.