ECLI:NL:CRVB:2005:AT5709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting en terugvordering Wajong-uitkering wegens inkomsten als gemeenteraadslid
Appellante ontving een Wajong-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80% of meer. Gedurende de periode van 14 april 1998 tot 19 maart 2000 had zij daarnaast inkomsten als gemeenteraadslid. Gedaagde, het UWV, paste daarom korting toe op haar uitkering en vorderde een bedrag terug dat ten onrechte was uitbetaald.
Appellante voerde aan niet te weten en niet redelijkerwijs te kunnen weten dat het UWV haar uitkeringsinstantie was en dat zij haar inkomsten als gemeenteraadslid had moeten melden. Zij stelde dat zij dacht dat de Postbank of andere pensioenfondsen haar uitkeringsinstanties waren en dat zij geen uitkeringsspecificaties van het UWV had ontvangen.
De Raad overwoog dat appellante op grond van onder meer een ondertekende machtiging, jaarlijkse inkomsten-inlichtingenformulieren en haar aanvraag van een aanvullende uitkering op grond van de Toeslagenwet, redelijkerwijs op de hoogte had moeten zijn van haar meldplicht. Telefonische toezeggingen van medewerkers van het UWV konden dit niet veranderen, omdat deze niet ondubbelzinnig schriftelijk waren en appellante geen onjuiste schriftelijke mededelingen kon aanvoeren.
De Raad stelde vast dat appellante ten onrechte de vragen over inkomsten in de inlichtingenformulieren niet correct had ingevuld. Er waren geen dringende redenen om af te zien van terugvordering. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de korting en terugvordering op de Wajong-uitkering bevestigd.