ECLI:NL:CRVB:2005:AT5717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering op basis van medische en arbeidskundige gegevens
Appellant, voormalig boekbinder, meldde zich ziek met buikklachten en ontving aanvankelijk een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na herbeoordeling door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werd deze uitkering herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 35-45%. Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, onder meer vanwege het ontbreken van een aanvullend lichamelijk onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond en vond de medische en arbeidskundige gegevens toereikend. De bezwaarverzekeringsarts had de beschikbare medische informatie beoordeeld en concludeerde dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld. De Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het achterwege laten van een aanvullend lichamelijk onderzoek niet onzorgvuldig was, mede omdat appellant reeds door een andere arts was onderzocht.
De Raad nam tevens de arbeidskundige rapportages mee, waaronder een herschikking van functies en een berekening van het verlies aan verdiencapaciteit van 42,51%. De Raad vond geen aanleiding om het bestreden besluit te wijzigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het beroep ongegrond.