ECLI:NL:CRVB:2005:AT5719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo die het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tot weigering van een WAO-uitkering handhaafde. Het geschil betreft de beoordeling van de medische beperkingen van appellante, die eczeemklachten heeft en daarnaast vaatklachten stelde.
De rechtbank oordeelde dat de medische beperkingen van appellante niet onderschat waren en dat de geselecteerde functies gelet op haar klachten niet ongeschikt waren. De vaatklachten werden buiten beschouwing gelaten omdat deze ten tijde van het besluit nog niet aan de orde waren. De Raad sluit zich aan bij deze beoordeling en acht het beroepschrift zonder nieuwe medische gegevens onvoldoende om het oordeel te wijzigen.
De Raad verwijst naar het medische rapport van de bezwaarverzekeringsarts en ziet geen aanleiding om af te wijken van het eerdere oordeel. Er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering aan appellante.