ECLI:NL:CRVB:2005:AT5739
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO wegens onjuiste vaststelling maatvrouw en arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam in vier dienstbetrekkingen met een totaal van 59,5 uur per week toen zij uitviel door een heupbreuk. Na diverse medische en arbeidsdeskundige onderzoeken werd haar arbeidsongeschiktheid aanvankelijk vastgesteld tussen 80-100%, later herzien naar 15-25%. De Raad oordeelt dat de maximering van de maatvrouwfunctie op 50 uur per week door gedaagde onjuist is toegepast vanwege een onjuiste inschatting van het arbeidspatroon en de combinatie van functies.
De medische rapporten bevestigen beperkingen en pijnklachten, maar wijzen niet op volledige functionele invaliditeit. De arbeidsdeskundigen onderschrijven een reductie van de verdiencapaciteit, maar verschillen in de mate van verlies. De Raad acht het arbeidspatroon niet excessief en wijst op het belang van objectivering en vergelijking met gebruikelijke werktijden in de sector.
De rechtbank onderschreef het besluit van gedaagde, maar de Raad vernietigt dit besluit wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro. Gedaagde dient een nieuw besluit te nemen met een juiste vaststelling van de maatvrouwfunctie en arbeidsongeschiktheid. De Raad veroordeelt gedaagde tevens in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het herzieningsbesluit wordt vernietigd en gedaagde dient een nieuw besluit te nemen met correcte vaststelling van de maatvrouwfunctie en arbeidsongeschiktheid.