ECLI:NL:CRVB:2005:AT5763
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk en ander gangbaar werk
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht die de intrekking van de WAO-uitkering van gedaagde onterecht achtte. De rechtbank had geoordeeld dat onvoldoende was onderbouwd met welke arbeid gedaagde een verdienvermogen kon realiseren.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat het UWV terecht heeft geconcludeerd dat gedaagde geen beperkingen meer ondervindt door ziekte of gebrek die haar arbeidsvermogen beperken. Dit is onderbouwd met medische rapporten van verzekeringsarts Lemmers en psycholoog Riga, evenals een rapport van de bezwaarverzekeringsarts Tetelepta-Tan, die de zorgvuldigheid en consistentie van het onderzoek bevestigen.
De Raad overweegt dat geschiktheid voor het eigen werk in principe de veronderstelling rechtvaardigt dat er geen sprake is van arbeidsongeschiktheid. De eerdere uitspraak wordt vernietigd en het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard, waarmee de intrekking van de WAO-uitkering per 16 augustus 1999 standhoudt.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 16 augustus 1999 wordt bevestigd en het hoger beroep van het UWV gegrond verklaard.