ECLI:NL:CRVB:2005:AT5790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot herziening WAO-dagloonbesluit en toepassing artikel 6:18 Awb
Appellant verzocht om herziening van het WAO-dagloonbesluit van 29 december 1999, waarbij het dagloon was verlaagd volgens artikel 14 van Pro de Dagloonregelen WAO. Dit verzoek werd door het UWV afgewezen, en deze afwijzing werd door de rechtbank bevestigd. In hoger beroep handhaafden partijen hun standpunten.
De Raad beoordeelde of latere besluiten van het UWV uit 2004 in het hoger beroep betrokken konden worden, maar verwierp dit omdat deze besluiten voortkwamen uit een nieuw verzoek buiten het hoger beroep. De Raad benadrukte dat bij duuraanspraken onderscheid moet worden gemaakt tussen toetsing van het verleden en de toekomst, waarbij voor het verleden alleen nieuwe feiten of omstandigheden relevant zijn.
De Raad oordeelde dat het bestuursorgaan terecht heeft geweigerd het oorspronkelijke besluit te herzien, mede omdat appellant geen bewijs leverde van werkzoekend inschrijving of sollicitaties. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om niet terug te komen op het oorspronkelijke WAO-dagloonbesluit wordt bevestigd.