ECLI:NL:CRVB:2005:AT5815
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende verlies verdiencapaciteit
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg die het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) bevestigde om geen WAO-uitkering toe te kennen. De reden was dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn, omdat hij ondanks zijn beperkingen in staat zou zijn om ander werk te verrichten.
De Raad heeft het medisch onderzoek en het belastbaarheidspatroon dat door de arbeidsdeskundige was opgesteld, als zorgvuldig en juist beoordeeld. Hoewel appellant medische klachten heeft, acht de Raad het aannemelijk dat hij de geselecteerde functies kan vervullen zonder zijn belastbaarheid te overschrijden. Medische gegevens die appellant overlegde, betroffen een latere periode en waren niet relevant voor de situatie op het moment van het besluit.
De Raad heeft het rapport over reïntegratiemogelijkheden dat kort voor de zitting werd ingediend niet betrokken bij de beoordeling. Gezien de medische en functionele gegevens concludeert de Raad dat er geen sprake is van een relevant verlies aan verdiencapaciteit en bevestigt daarom de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding om het besluit op grond van artikel 8:75 Awb Pro te herzien.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende verlies aan verdiencapaciteit.