ECLI:NL:CRVB:2005:AT5867
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-dagloon tennisleraar wegens mogelijke contractsverlenging en loonaanpassing
Appellant, een tennisleraar, was arbeidsongeschikt geraakt en ontving een WAO-uitkering met een vastgesteld dagloon van ƒ196,82. Hij stelde dat hij, indien hij niet arbeidsongeschikt was geworden, per 1 april 2001 een contractverlenging met een loonverhoging van circa 10% zou hebben gekregen. De rechtbank wees dit beroep af omdat niet was aangetoond dat er concrete afspraken waren over een hogere beloning of contractverlenging.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat niet met voldoende zekerheid was vastgesteld dat er al definitieve afspraken waren over een contractverlenging met een hoger loon. Wel stelde de Raad vast dat de gedaagde partij onvoldoende zorgvuldig had gehandeld door mogelijke toepassing van artikel 8 van Pro de Algemene dagloonregelen WAO niet duidelijk te onderzoeken. De stijging van de VNT-lestarieven in 2001 vormde een aanwijzing dat appellant een loonverhoging had kunnen ontvangen.
De Raad vernietigde het eerdere besluit en gelastte een nieuw, kenbaar en controleerbaar onderzoek naar een mogelijke dagloonaanpassing. Tevens veroordeelde de Raad gedaagde tot betaling van de helft van de proceskosten aan appellant en tot vergoeding van de betaalde griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot vaststelling van het WAO-dagloon wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen het bezwaar opnieuw te beoordelen met inachtneming van een mogelijke loonaanpassing.