ECLI:NL:CRVB:2005:AT5881
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Weigering erkenning als burgeroorlogsslachtoffer wegens ontbreken blijvende invaliditeit
Eiser, geboren in 1926 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht meerdere malen om erkenning als burgeroorlogsslachtoffer en toekenning van een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Verweerster wees deze verzoeken af omdat niet was voldaan aan de wettelijke eis dat sprake moest zijn van lichamelijk of psychisch letsel door oorlogscalamiteiten, leidend tot blijvende invaliditeit.
De Raad overwoog dat de medische adviezen, waaronder een rapport van arts A.M. Ohlenschlager, wezen op een posttraumatische stress-stoornis die weliswaar causaal verband hield met de oorlogservaringen, maar niet leidde tot blijvende invaliditeit. De lichamelijke klachten van eiser werden geacht niet oorzakelijk samen te hangen met de oorlogscalamiteiten.
Gezien het ontbreken van medische gegevens die tot een ander oordeel zouden leiden, oordeelde de Raad dat het bestreden besluit deugdelijk was voorbereid en gemotiveerd. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van blijvende invaliditeit door oorlogservaringen.