ECLI:NL:CRVB:2005:AT5886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burgeroorlogsslachtoffer wegens ontbreken van blijvende invaliditeit
Eiser, geboren in 1935 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in december 2002 een aanvraag in tot erkenning als burgeroorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan zijn ervaringen tijdens de Bersiap-periode. Verweerster wees de aanvraag af omdat, hoewel eiser oorlogsgeweld had meegemaakt, niet was voldaan aan de vereiste dat sprake moest zijn van lichamelijk en/of psychisch letsel dat leidde tot blijvende invaliditeit.
De Raad baseerde zich op een medisch advies van een geneeskundig adviseur, ondersteund door een rapport van een arts en medische informatie van het RIAGG en de huisarts. Hieruit bleek dat de psychische klachten van eiser niet specifiek toe te schrijven waren aan de onder de Wet vallende oorlogscalamiteiten, maar aan algemene oorlogsomstandigheden en persoonlijke factoren. De lichamelijke klachten werden toegeschreven aan leeftijdsgebonden en constitutionele afwijkingen.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit deugdelijk was gemotiveerd en dat er geen directe relatie bestond tussen het oorlogsgeweld en blijvende invaliditeit. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van blijvende invaliditeit door oorlogscalamiteiten.