ECLI:NL:CRVB:2005:AT5903
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding huishoudelijke hulp wegens onvoldoende indicatie
Eiseres, een vervolgde uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, verzocht om uitbreiding van haar huishoudelijke hulp van 4 naar 8 uren per week vanwege psychische klachten en lichamelijke aandoeningen. Verweerster wees dit verzoek af omdat er geen indicatie was voor meer dan 4 uren hulp, mede omdat eiseres lichte huishoudelijke werkzaamheden nog kon verrichten en geen sprake was van (zelf)verwaarlozing of chaotisch gedrag.
De Raad voor de Rechtspraak behandelde het beroep en concludeerde dat het bestreden besluit op degelijke medische adviezen was gebaseerd. De lichamelijke klachten van eiseres, waaronder maag- en darmproblemen, konden niet causale worden toegeschreven aan de vervolging. Ten aanzien van de psychische klachten werd het uitgangspunt gehanteerd dat 4 uren huishoudelijke hulp passend is, tenzij sprake is van ernstige belemmeringen zoals (zelf)verwaarlozing, wat hier niet werd vastgesteld.
Hoewel eiseres aangaf dat lichte huishoudelijke werkzaamheden problematisch waren, speelde ook de slechte gezondheid van haar echtgenoot een rol, wat niet in aanmerking wordt genomen bij de Wet. De Raad oordeelde dat de extra kosten voor huishoudelijke hulp boven het maatschappelijk gebruikelijk niveau moeten liggen, wat hier niet het geval was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de uitbreiding van huishoudelijke hulp blijft in stand.