ECLI:NL:CRVB:2005:AT5942
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling medische en arbeidskundige gronden
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 55 tot 65% met ingang van 13 november 2000. De rechtbank had het bestreden besluit gehandhaafd en verwierp de medische en arbeidskundige grieven van appellant. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn medische beperkingen, met name rugklachten, ten tijde van het besluit waren onderschat, onderbouwd met gegevens van behandelend artsen, waaronder orthopedisch chirurg De Bruin.
De Raad onderschrijft de overweging van de rechtbank dat de rugklachten zich pas in het tweede kwartaal van 2001 hebben ontwikkeld, na de datum in geding, zoals blijkt uit een verklaring van de oefentherapeut. Hierdoor is de medische situatie op 13 november 2000 naar het oordeel van de Raad juist vastgesteld. De Raad ziet geen aanleiding om de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit te wijzigen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het beroep van appellant af. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door mr. D.J. van der Vos op 13 mei 2005.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.