ECLI:NL:CRVB:2005:AT5974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking en verzekeringsplicht bij montage- en transportwerkzaamheden
Appellante, een transport- en expeditieonderneming, voerde montage- en incidentele transportwerkzaamheden uit via betrokkenen, die niet in de loonadministratie waren verantwoord. Na een looncontrole stelde gedaagde verzekeringsplicht vast op grond van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en legde correctienota’s en boetenota’s op.
Appellante stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat niet aan de vereisten voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking was voldaan. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank dat voldaan is aan de drie cumulatieve vereisten: loonbetaling, persoonlijke dienstverrichting en gezagsverhouding.
De Raad benadrukte dat vervanging door derden niet mogelijk was, en dat ook de incidentele transportwerkzaamheden als verzekeringsplichtige arbeid moeten worden aangemerkt. Verklaringen van de belastingdienst sluiten verzekeringsplicht niet uit.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De rechtbank had bovendien terecht boetenota’s opgelegd vanwege grove schuld van appellante wegens het niet correct opgeven van loonbetalingen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en verzekeringsplicht, en verklaart het hoger beroep ongegrond.