ECLI:NL:CRVB:2005:AT6004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over schadevergoeding en proceskosten bij correctie- en boetenota's
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen die het beroep tegen het besluit van 25 juli 2002 gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding af en bepaalde de proceskostenverdeling.
In hoger beroep richt appellante zich uitsluitend tegen de afwijzing van de schadevergoeding en de proceskostenvergoeding. De Raad overweegt dat artikel 8:75 Awb Pro, zoals dat gold vóór 12 maart 2002, van toepassing is omdat het besluit van 25 juli 2002 vóór die datum is genomen. Volgens vaste rechtspraak komen kosten in de bezwaarfase alleen in bijzondere gevallen voor vergoeding in aanmerking, hetgeen hier niet is vastgesteld.
De Raad oordeelt dat de primaire besluiten niet zodanig gebrekkig zijn dat sprake is van onrechtmatigheid tegen beter weten in. De aangevoerde jurisprudentie van de Hoge Raad leidt niet tot een ander oordeel. Ook de proceskostenverdeling van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen schadevergoeding of proceskostenvergoeding wordt toegekend aan appellante.