ECLI:NL:CRVB:2005:AT6115
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G. van der Wiel
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op Ziektewetuitkering bij flexibele arbeidsverhouding uitzendkracht
Betrokkene was als uitzendkracht werkzaam bij het COA via Randstad en meldde zich ziek op 11 november 1996, na haar laatste werkdag op 31 oktober 1996. Het UWV weigerde een Ziektewetuitkering vanaf de ziekmelding toe te kennen omdat betrokkene op die dag niet verzekerd zou zijn.
De rechtbank Maastricht vernietigde dit besluit en oordeelde dat de dienstbetrekking voortduurde tot 1 december 1996, conform de duur van de opdracht zoals aangegeven door het COA. Het UWV ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad overwoog dat op grond van artikel 6, tweede lid, van de Ziektewet geen dienstbetrekking wordt aangenomen op dagen zonder arbeid, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn. Gezien het flexibele arbeidspatroon van betrokkene was sprake van een dienstbetrekking die ook op niet-werkdagen voortduurde, waardoor zij verzekerd was op de dag van ziekmelding.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten van betrokkene en legde een griffierecht op aan het UWV. Hiermee werd het beroep van het UWV afgewezen en het recht op Ziektewetuitkering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en betrokkene heeft recht op Ziektewetuitkering vanaf de ziekmeldingsdag.