ECLI:NL:CRVB:2005:AT6242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen herziening AOW-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar AOW-uitkering nadat gedaagde had vastgesteld dat zij sinds september 1998 een gezamenlijke huishouding voert, waardoor haar pensioen werd herzien en een terugvordering werd ingesteld.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaarperiode, waarbij omstandigheden als ziekte en vakantie van de gemachtigde niet als verschoonbaar werden beschouwd. Appellante stelde in hoger beroep dat mondeling bezwaar was gemaakt en dat de schriftelijke bevestiging te laat was ingediend door overmacht.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De mondelinge mededeling voldeed niet aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 6:4 Awb Pro en de omstandigheden van de gemachtigde konden niet leiden tot een verschoonbare termijnoverschrijding. Ook werden geen dringende redenen voor het afzien van terugvordering aangetoond. Het bezwaar werd terecht niet-ontvankelijk verklaard en de terugvordering bleef in stand.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de herziening van de AOW-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.