ECLI:NL:CRVB:2005:AT6253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G. van der Wiel
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt naheffing loonheffing wegens niet voldoen aan identificatieplicht
Appellante is door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) geconfronteerd met een premiecorrectienota vanwege het niet tijdig vaststellen van de identiteit van drie werknemers aan de hand van geldige documenten, zoals vereist door de Wet op de identificatieplicht (WID). De belastingdienst had de nettolonen van deze werknemers over de jaren 1997 tot en met 2000 gebruteerd met het anoniementarief van 60%, wat leidde tot naheffing loonbelasting en premies sociale verzekeringen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellante dat zij de loonheffing kan verhalen op de werknemers en dat er geen sprake is van een reëel voordeel uit dienstbetrekking. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat appellante niet aan de identificatieplicht had voldaan, maar oordeelde dat omdat de belastingdienst nog niet tot naheffing was overgegaan voor het jaar 2000 en appellante de loonheffing kan verhalen op de werknemers, er geen sprake is van loon als bedoeld in artikel 4 van Pro de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
Daarom vernietigde de Raad het besluit van 16 oktober 2002 en de premienota van 28 januari 2002. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante. De uitspraak benadrukt dat loonheffing die niet door de werkgever wordt gedragen maar op werknemers wordt verhaald, niet als voordeel uit dienstbetrekking wordt aangemerkt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit en de premienota worden vernietigd.