ECLI:NL:CRVB:2005:AT6273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctienota’s bovenmatige vaste onkostenvergoedingen sociale verzekeringen
Appellante werd na een looncontrole door de looninspectie geconfronteerd met correctienota’s en boetenota’s over de jaren 1997 tot en met 2000, omdat vaste onkostenvergoedingen aan werknemers voor 50% als bovenmatig werden aangemerkt en bij de premieheffing werden betrokken.
Appellante stelde dat de vergoedingen wel ter bestrijding van noodzakelijke kosten dienden, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken. De Raad overwoog dat volgens artikel 4 van Pro de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) al hetgeen uit dienstbetrekking wordt genoten loon vormt, met uitzondering van vergoedingen die aantoonbaar kosten tot verwerving van loon bestrijden.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs leverde dat de vergoedingen daadwerkelijk reële kosten dekken. De door appellante overgelegde kostencategorieën waren algemeen en niet gespecificeerd per werknemer. Ook ontbrak concrete onderbouwing met bewijsstukken, terwijl dit eenvoudig mogelijk was.
De Raad vond de schatting van gedaagde omtrent de bovenmatigheid redelijk en zag geen onjuistheden in de berekeningswijze of de boetenota’s. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de correctienota’s en boetenota’s worden bevestigd.