ECLI:NL:CRVB:2005:AT6274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde sociale verzekeringspremies wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur
Appellante was bestuurder van drie besloten vennootschappen tussen 1994 en 2000. Na verkoop van haar aandelen werden deze vennootschappen failliet verklaard. De premies sociale verzekeringen over 1997 tot en met 2000 bleven onbetaald, waarvoor appellante hoofdelijk aansprakelijk werd gesteld op grond van artikel 16d van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat zij het wettelijk vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur niet kon weerleggen. Appellante stelde dat er een deugdelijke administratie was, ondersteund door een verklaring van een registeraccountant. De Raad oordeelde echter dat deze verklaring onvoldoende was, mede gezien de betalingsmoeilijkheden en premieschulden vanaf 1997 en het feit dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij had getracht de schulden te voldoen.
De Raad concludeerde dat het kennelijk onbehoorlijk bestuur niet plausibel aan de kopers van de vennootschappen kon worden toegerekend, mede vanwege de snelle faillissementen na de verkoop. Daarom werd de hoofdelijk aansprakelijkheid bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoofdelijk aansprakelijkheid van appellante voor onbetaalde sociale verzekeringspremies wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur.