ECLI:NL:CRVB:2005:AT6296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering WAO-uitkering wegens onjuiste waardering bedrijfsauto en maatmaninkomen
Appellant ontving een WAO-uitkering die door het UWV werd beëindigd vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Bij de vaststelling van het maatmaninkomen voor 1997 werd onvoldoende rekening gehouden met het privégebruik van een bedrijfsauto, een Volkswagen Variant, die appellant van zijn werkgever ter beschikking had gekregen. Appellant voerde aan dat de fiscale bijtelling van 20% van de cataloguswaarde van de auto niet juist was verwerkt en dat het maatmaninkomen niet correct was geactualiseerd.
De Raad stelde vast dat appellant aannemelijk had gemaakt dat hij de bedrijfsauto ook privé mocht gebruiken zonder daarvoor een vergoeding te betalen. De fiscale bijtelling diende daarom volledig als inkomen te worden meegenomen. Daarnaast concludeerde de Raad dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de omvang van de fiscale bijtelling en de bijdrage van appellant voor het privégebruik van de auto. Ook ontbraken stukken die noodzakelijk waren voor een juiste vaststelling van het maatmaninkomen.
Gelet op deze tekortkomingen vernietigde de Raad het besluit van 4 september 2000 en de uitspraak van de rechtbank Groningen voor zover deze het besluit bevestigde. Het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen met correcte waardering van de bedrijfsauto en maatmaninkomen.