ECLI:NL:CRVB:2005:AT6304
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellante ontving van 1994 tot 2001 bijstand, aanvankelijk op grond van de oude ABW en later de nieuwe Abw. Naar aanleiding van tips over een gezamenlijke huishouding met [partner] stelde de gemeente een onderzoek in, dat leidde tot intrekking en terugvordering van bijstand over meerdere perioden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad constateerde dat de rechtbank ten onrechte de oude ABW niet onderscheidde van de nieuwe Abw, waardoor het besluit over de periode tot 1 januari 1997 vernietigd werd.
De Raad oordeelde dat appellante en [partner] een gezamenlijke huishouding voerden, waarbij zij voldeden aan de criteria van gezamenlijk huisvesten en wederzijdse zorg. Door dit niet te melden handelde appellante in strijd met haar inlichtingenverplichting, waardoor de gemeente terecht de bijstand introk en terugvorderde.
De Raad handhaafde de rechtsgevolgen van het vernietigde deel van het besluit, veroordeelde de gemeente in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt vergoed.
De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de regels rond gezamenlijke huishouding en de verplichting tot correcte informatieverstrekking bij bijstandsverlening.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand wordt gedeeltelijk vernietigd wegens onjuiste toepassing van de ABW, maar de intrekking en terugvordering over de overige perioden blijft in stand.