ECLI:NL:CRVB:2005:AT6422
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling WAO-dagloon na uitval in nieuwe functie
Appellant ontving sinds 1988 een WAO-uitkering en werkte vanaf 1995 gedeeltelijk als steigerbouwer met vaste en wisselende inkomsten. Na uitval in maart 1998 werd zijn WAO-uitkering herzien naar 80-100% arbeidsongeschiktheid. Gedaagde stelde het WAO-dagloon per 14 maart 1999 vast op € 93,14, gebaseerd op vaste inkomsten, en weigerde hogere herziening met inachtneming van wisselende tariefinkomsten.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde dit en beval een nieuw besluit, omdat het niet aannemelijk was dat appellant de werkzaamheden bij Medo niet duurzaam kon verrichten. Vervolgens stelde gedaagde het dagloon opnieuw vast op € 93,14.
Appellant stelde dat ook de wisselende tariefafrekening van de steigerbouwer moest worden meegenomen, wat zou leiden tot een hoger dagloon van € 123,60. De Raad oordeelde echter dat het wettelijke stelsel, met name artikel 14, 40 en 44 van de WAO en het dervingsbeginsel, niet toestaat om wisselende inkomsten mee te nemen bij de dagloonherziening, mede vanwege onzekerheid over de continuïteit van deze inkomsten.
De Raad bevestigde daarom de vaststelling van het WAO-dagloon op basis van de vaste inkomsten en verwierp het beroep van appellant wegens gebrek aan bewijs dat hem daardoor nadeel was toegebracht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van het WAO-dagloon op € 93,14 zonder opname van wisselende tariefinkomsten.