ECLI:NL:CRVB:2005:AT6436
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling mate arbeidsongeschiktheid en maatmaninkomen in WAO-uitkering
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid en het maatmaninkomen in het kader van zijn WAO-uitkering. De Raad van Bestuur van het UWV had zijn arbeidsongeschiktheid per 23 maart 2001 vastgesteld op 55-65% en het maatmaninkomen bepaald zonder enkele door appellant aangevoerde loonelementen mee te rekenen.
De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. Hij voerde onder meer aan dat hij medisch volledig arbeidsongeschikt was en dat bepaalde loonelementen, zoals korting op tapijt en het privégebruik van veiligheidsmiddelen en camera’s, niet in het maatmaninkomen waren meegenomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant onvoldoende nieuwe medische gegevens had aangeleverd om zijn volledige arbeidsongeschiktheid aannemelijk te maken. Het medisch onderzoek was zorgvuldig en de belastbaarheidspatronen waren adequaat vastgesteld. Ook de arbeidsdeskundige rapporten en de beoordeling van loonelementen waren terecht en goed gemotiveerd. De Raad wees de aanvullende loonelementen af omdat deze niet voldeden aan wettelijke criteria of te laat waren ingebracht.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan het UWV.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van arbeidsongeschiktheid en maatmaninkomen bevestigd.