ECLI:NL:CRVB:2005:AT6653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Omzetting prestatiebeurs in gift en rechtsgevolgen bij wijziging wettelijke grondslag
Appellant, na het behalen van een HBO-diploma chemische technologie, verzocht om omzetting van zijn prestatiebeurs in een gift. Gedaagde, de Informatie Beheer Groep, had de prestatiebeurs deels omgezet in een gift en deels teruggevorderd, gebaseerd op een onjuiste wettelijke grondslag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond nadat gedaagde de wettelijke grondslag had gewijzigd.
In hoger beroep stelde appellant dat hij door onvolledige informatie op het verkeerde been was gezet en mocht vertrouwen op volledige omzetting van de prestatiebeurs in een gift bij diploma. De Raad oordeelde dat het besluit vernietigd moest worden vanwege de onjuiste grondslag, maar dat de rechtsgevolgen in stand konden blijven omdat het juiste wettelijke regime tot hetzelfde resultaat leidt.
De Raad verduidelijkte dat volgens de Wet studiefinanciering 2000 de prestatiebeurs voor 12 maanden wordt omgezet in een gift bij voldoende studiepunten en voor de overige 36 maanden bij het behalen van het einddiploma binnen de diplomatermijn, met een vermindering van 12 maanden indien artikel 7.31a WHW van toepassing is. De omzetting van 24 maanden prestatiebeurs in een gift was correct, terwijl de terugvordering van de resterende periode eveneens rechtmatig was.
De Raad vond geen aanwijzingen voor concrete toezeggingen of ernstige schendingen van rechtsbeginselen die een uitzondering op de wettelijke regeling rechtvaardigen. De proceskosten werden aan gedaagde opgelegd en het griffierecht werd aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onjuiste wettelijke grondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat het juiste regime hetzelfde resultaat geeft.