ECLI:NL:CRVB:2005:AT6666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit premienaheffing en niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens prematuur bezwaar
Appellant, een ondernemer in het enten van rozenstammen, was ingeschreven als werkgever en had betalingen gedaan aan gelegenheidswerkers en zelfstandigen. Tijdens een boekenonderzoek in 2000 werden verschillen geconstateerd en aangekondigd dat er aanvullende premienota's zouden volgen. Appellant maakte bezwaar tegen deze nota's, maar dit bezwaar werd door de rechtbank ongegrond verklaard.
De Raad oordeelt dat het bezwaar van appellant prematuur was omdat het was gericht tegen een nota die nog niet als besluit was genomen. De brief van 1 december 2000 kondigde een correctiebesluit aan, maar dit besluit was op dat moment nog niet genomen, zodat het bezwaar niet ontvankelijk was. Daarnaast heeft de Raad geoordeeld dat de bijdragen voor bedrijfstakfondsen geen publiekrechtelijk besluit vormen waartegen bezwaar kan worden gemaakt.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt daarom het bestreden besluit en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelt de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediend bezwaar en het besluit van 13 juni 2001 wordt vernietigd.