ECLI:NL:CRVB:2005:AT6732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering wegens chronisch vermoeidheidssyndroom
Appellant, werkzaam als bedrijfsadviseur, viel op 5 november 1999 uit wegens vermoeidheidsklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering omdat appellant niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt zou zijn geweest. Appellant stelde in hoger beroep dat hij leed aan het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS), ondersteund door medische rapporten van neurologen en een arbeidsdeskundige.
De Raad constateerde dat het UWV het standpunt van weigering niet langer handhaafde, waardoor het oorspronkelijke besluit als ingetrokken kon worden beschouwd. De Raad oordeelde dat de diagnose CVS op zich onvoldoende is voor het aannemen van arbeidsongeschiktheid volgens de WAO, omdat er geen objectief medisch vastgestelde beperkingen werden gevonden. Desondanks vernietigde de Raad het besluit vanwege gebreken in de totstandkoming en beval een nieuw besluit.
Verder werd vastgesteld dat het UWV de proceskosten van appellant moest vergoeden. De Raad benadrukte dat bij het nieuwe besluit ook aandacht moet worden besteed aan eventuele schadevergoedingen. De uitspraak onderstreept het belang van een zorgvuldige en volledige beoordeling van medische gegevens bij WAO-uitkeringen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen; het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.