ECLI:NL:CRVB:2005:AT6738
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering ondanks chronische pijn en degeneratieve afwijkingen
De zaak betreft de herziening van de WAO-uitkering van gedaagde, die aanvankelijk was vastgesteld op 80-100% arbeidsongeschiktheid en later werd verlaagd naar 15-25%, waarna een bezwaar leidde tot een vaststelling op 25-35%. De rechtbank had het besluit vernietigd, waarna het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) hoger beroep instelde.
De kern van het geschil is of gedaagde in staat is voltijds passende werkzaamheden te verrichten, waarbij de Raad het oordeel van de door de rechter ingeschakelde onafhankelijke deskundige, revalidatiearts Blanken, volgde. Blanken concludeerde dat gedaagde niet meer dan vier uur per dag kan werken vanwege degeneratieve afwijkingen in de handwortel en chronische pijnklachten, waaronder een posttraumatische reflexdystrofie.
Appellant stelde dat het oordeel onvoldoende objectiveerbaar was en dat vanuit verzekeringsgeneeskundig perspectief geen urenbeperking gerechtvaardigd was. De Raad oordeelde echter dat het rapport zorgvuldig was opgesteld, inclusief collegiaal overleg en een gemotiveerde reactie op commentaar van bezwaarverzekeringsartsen.
De Raad zag geen reden om het advies van Blanken niet te volgen of aanvullend medisch onderzoek te gelasten. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten van € 644,- en een recht van € 414,- opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de verlaging van de WAO-uitkering bevestigd.