ECLI:NL:CRVB:2005:AT6760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds september 1998 wegens rug- en psychische klachten arbeidsongeschikt was, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%.
In 2001 werd deze uitkering ingetrokken omdat zij volgens het UWV minder dan 15% arbeidsongeschikt was per 8 juli 2001. Appellante maakte bezwaar tegen deze intrekking, zowel procedureel als inhoudelijk, maar de rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep handhaafde appellante haar bezwaren, onder meer dat zij niet voldoende gelegenheid had gekregen te reageren op medische rapporten en dat haar psychische beperkingen werden onderschat. De Raad oordeelde dat appellante wel degelijk de mogelijkheid had om te reageren en dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd.
De Raad vond geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen en bevestigde het oordeel dat appellante op de datum in kwestie in staat was tot het verrichten van passende werkzaamheden, waardoor de intrekking van de WAO-uitkering rechtmatig was.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid per 8 juli 2001.