ECLI:NL:CRVB:2005:AT6767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beëindiging WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid medewerker openbare dienst
Betrokkene, werkzaam als medewerker openbare dienst bij de gemeente, kreeg een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door bekkenbodemklachten. Na herbeoordeling stelde het UWV dat betrokkene met werkplekaanpassingen geschikt was voor zijn functie en beëindigde de uitkering. Betrokkene maakte bezwaar en startte een procedure, waarbij de rechtbank het besluit vernietigde en het UWV opdroeg een nieuw besluit te nemen.
In hoger beroep stond centraal of betrokkene met aanpassingen geschikt was voor zijn eigen werk en of hij beperkt was in arbeidsduur. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Hoewel betrokkene stelde dat hij fysiek niet in staat was om acht uur per dag te werken, vond de Raad hiervoor geen medische grondslag in de ingebrachte specialistische rapporten.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van het UWV gegrond, waarmee het bestreden besluit werd hersteld. Het hoger beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard. Het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering blijft in stand.