ECLI:NL:CRVB:2005:AT6773
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting met terugwerkende kracht op WAO-uitkering wegens niet-gemelde arbeidsinkomsten
Appellante ontving vanaf 5 oktober 1983 een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de AAW en WAO. Gedaagde heeft in 1999 een besluit genomen waarbij met terugwerkende kracht kortingen werden toegepast op haar uitkering over de periode van 22 april 1991 tot 1 oktober 1994 vanwege inkomsten uit arbeid.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de terugwerkende kracht van de korting onterecht was, maar betwistte de korting zelf en de berekening daarvan niet. De Raad stelde vast dat appellante in de betreffende periode werkzaamheden bij de Hema verrichtte en inkomsten genoot die zij niet tijdig en correct aan gedaagde had gemeld.
De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij gedaagde tijdig telefonisch had geïnformeerd over haar inkomsten. Gezien de omvang van de inkomsten had appellante rekening moeten houden met een herziening of korting van haar uitkering. De Raad volgde de vaste rechtspraak dat in dergelijke gevallen een uitzondering op het verbod van terugwerkende kracht gerechtvaardigd is.
Ook het tijdsverloop tussen de periode en de besluitvorming, deels veroorzaakt door een eerdere beroepsprocedure, leidde niet tot het achterwege laten van de korting. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De korting met terugwerkende kracht op de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd.