ECLI:NL:CRVB:2005:AT6778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlaging WAO-uitkering bij lasser met hoofdpijn en psychische klachten
Gedaagde, een lasser met een lange arbeidsverleden, ontving sinds 1980 een WAO-uitkering wegens hoofdpijn en psychische klachten. In 1999 werd zijn uitkering verlaagd van 80-100% naar 25-35%, en later naar 35-45%. De psychiater Stek concludeerde dat er geen psychiatrische stoornis aanwezig was, maar dat rekening gehouden moest worden met het premorbide niveau voor reïntegratie.
De rechtbank vernietigde het besluit tot verlaging vanwege onvoldoende motivering bij het afwijken van het psychiateradvies. De Raad stelde echter vast dat de bezwaarverzekeringsarts Ruitenberg dit wel degelijk had gemotiveerd in zijn rapporten, die door de rechtbank waren genegeerd.
De Raad oordeelde dat de motivering inhoudelijk juist was en dat de belastbaarheid van gedaagde correct was vastgesteld. Daarbij werd het onderscheid gemaakt tussen het premorbide niveau en een ziekte of gebrek. De Raad verwierp het beroep van gedaagde en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De verlaging van de WAO-uitkering is juist vastgesteld en het hoger beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard.