ECLI:NL:CRVB:2005:AT6808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding bezwaartermijn bij intrekking WAO-uitkering
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om haar WAO-uitkering in te trekken wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het pas na de wettelijke termijn van zes weken was ingediend.
De rechtbank oordeelde dat appellante geen verschoonbare redenen had voor de termijnoverschrijding. Er was geen toezegging dat het besluit pas na haar vakantie zou worden verzonden, en appellante had na terugkeer van vakantie alsnog tijdig een bezwaarschrift kunnen indienen.
In hoger beroep bevestigde de Raad deze beoordeling. Ook de stelling dat appellante dacht dat de bezwaartermijn door vakantie was verlengd, werd niet aannemelijk geacht. De Raad vond geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.