ECLI:NL:CRVB:2005:AT6810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen oplegging OV-vordering wegens onterecht kaartbezit bij deeltijdstudente
De zaak betreft een geschil over de terugvordering van studiefinanciering en een OV-studentenkaart die onterecht aan gedaagde, een deeltijdstudente, werd toegekend. Appellante, de Informatie Beheer Groep, had abusievelijk gedaagde als voltijds student geregistreerd en haar een basisbeurs en OV-kaart toegekend. Na ontdekking van deze fout werd een vordering opgelegd wegens onterecht kaartbezit.
Gedaagde maakte bezwaar tegen deze vordering en stelde dat zij alles had gedaan om de fout te laten herstellen, waaronder het tijdig inleveren van de kaart na ontdekking van de fout. De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard, stellende dat appellante de gevolgen van het niet tijdig inleveren eenzijdig op gedaagde afwentelde en daarmee in strijd handelde met de Awb.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat appellante binnen haar wettelijke bevoegdheid handelde en dat gedaagde redelijkerwijs had kunnen weten dat zij als deeltijdstudente geen recht had op studiefinanciering. Het hoger beroep van appellante wordt gegrond verklaard, het eerdere vonnis vernietigd en het beroep van gedaagde alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en de oplegging van de OV-vordering gehandhaafd.