ECLI:NL:CRVB:2005:AT6821
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet tijdig indienen jaarloonopgave met grove schuld
Appellant werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) een boete opgelegd wegens het niet tijdig indienen van de jaarloonopgave over het jaar 2000. De boete werd aanvankelijk vastgesteld op 25% van de ambtshalve vastgestelde premie, later teruggebracht tot 5% na ontvangst van de opgave. Appellant stelde dat hij de opgave tijdig had ingediend, maar kon dit niet aannemelijk maken. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad overweegt dat het niet tijdig indienen van de jaaropgave een op zichzelf staand verzuim is, maar dat in dit geval sprake is van grove schuld omdat appellant ondanks meerdere rappellen niet tijdig heeft gereageerd en de ontvangen diskettes niet bruikbaar waren. De boete is proportioneel en in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. Appellant kon geen omstandigheden aanvoeren die de grove schuld uitsluiten.
De Raad concludeert dat de boete terecht is opgelegd en dat de overtreding als een vergrijp moet worden aangemerkt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De boete wegens niet tijdig indienen van de jaarloonopgave wordt bevestigd wegens grove schuld.