ECLI:NL:CRVB:2005:AT6880
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Weigering erkenning als oorlogsgetroffene wegens onvoldoende bewijs internering
Eiser, geboren in 1934 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als vervolgde en een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Hij baseerde zijn aanvraag op gezondheidsklachten die hij toeschreef aan internering in kampen nabij Bandung.
Verweerster wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat eiser daadwerkelijk door de Japanse bezettende macht van zijn vrijheid was beroofd. De Raad volgde dit standpunt, stellende dat een dergelijke internering niet uitsluitend op eigen verklaringen kan worden aangenomen. Hoewel erkend werd dat eiser moeilijke tijden heeft doorgemaakt, voorziet de Wet niet in compensatie voor het ervaren leed zonder bewijs van internering.
De Raad concludeerde dat er onvoldoende bewijs was om het besluit te vernietigen en wees het beroep ongegrond. Daarnaast werd geen vergoeding van proceskosten toegekend. Het vonnis werd uitgesproken door mr. C.G. Kasdorp op 2 juni 2005.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van internering tijdens de Japanse bezetting.