ECLI:NL:CRVB:2005:AT6970

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/5975 WUV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • C.G. Kasdorp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij bezwaar orthopedische schoenen

Verweerster, de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, nam een besluit op 28 oktober 2004 waarbij de aanvraag van eiseres voor meer dan een paar orthopedische schoenen per jaar werd afgewezen. Eiseres, vertegenwoordigd door haar gemachtigde, diende bezwaar in, maar dit geschiedde na de wettelijke termijn van zes weken zoals bepaald in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Verweerster stelde vast dat het bezwaarschrift te laat was ingediend en vroeg om een toelichting. De gemachtigde gaf aan dat vakantie en ziekte de reden waren voor de vertraging, maar de Raad oordeelde dat het op de betrokkene rust om tijdig maatregelen te treffen om tijdig bezwaar te maken, bijvoorbeeld door een voorlopig bezwaarschrift.

De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat er geen objectieve gegevens waren die aantonen dat eiseres of haar gemachtigde gedurende de gehele termijn niet in staat waren tijdig bezwaar te maken. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het bezwaar niet-ontvankelijk. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/5975 WUV
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Verweerster heeft onder dagtekening 28 oktober 2004, kenmerk JZ/R/90/2004/0719, ten aanzien van eiseres een besluit genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).
Tegen dat besluit heeft de dochter van eiseres B.S. Sondervan-Frank, wonende te Amstelveen, als gemachtigde van eiseres bij de Raad beroep ingesteld. In het beroepschrift is uiteengezet waarom eiseres zich niet met het bestreden besluit kan verenigen.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 21 april 2005. Aldaar is eiseres, noch haar gemachtigde, gelijk tevoren bericht, verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. T.R.A. Dircke, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
Blijkens de gedingstukken heeft verweerster bij besluit van 29 juni 2004 de aanvraag voor een voorziening voor de aanschaf van meer dan een paar orthopedische schoenen per jaar afgewezen.
Tegen dat besluit is door de bovengenoemde gemachtigde van eiseres bezwaar gemaakt bij brief van 20 augustus 2004, welk schrijven op 22 augustus 2004 (eveneens) per telefax is verzonden.
Verweerster heeft, nadat zij had vastgesteld dat het bezwaarschrift na afloop van de termijn als bedoeld in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is ingediend, bij brief van 24 september 2004 aan de gemachtigde van eiseres verzocht aan te geven wat de reden is van het te laat indienen van het bezwaarschrift, zo mogelijk ondersteund door bewijsstukken.
In antwoord hierop heeft de gemachtigde van eiseres voornoemde brief, voorzien van de aantekeningen dat zij wegens vakantie en ziekte niet in staat is geweest tijdig namens eiseres bezwaar aan te tekenen, teruggezonden.
Verweerster heeft hierop bij het bestreden besluit het namens eiseres ingediende bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de voor de indiening van een bezwaarschrift ingevolge artikel 6:7 van Pro de Awb geldende termijn van zes weken.
In dat verband is overwogen dat met hetgeen namens eiseres met betrekking tot de termijnoverschrijding is aangevoerd, de termijnoverschrijding niet kan verontschuldigen.
Ter beantwoording staat de vraag of het bestreden besluit, gelet op hetgeen in beroep is aangevoerd, in rechte kan standhouden. De Raad beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt het volgende.
Voorop dient te worden gesteld dat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend. Ingevolge artikel 6:11 van Pro de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de bezwaartermijn ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
De Raad overweegt dat het op de weg van een betrokkene ligt om bij afwezigheid van hemzelf of zijn gemachtigde vanwege vakantie (of andere redenen) maatregelen te treffen opdat in gevallen als deze tijdig en adequaat wordt gereageerd op een toegezonden besluit, eventueel door het (doen) indienen van een voorlopig bezwaarschrift. De Raad is niet aan de hand van objectieve gegevens gebleken dat (de gemachtigde van) eiseres gedurende de gehele bezwaartermijn buiten staat is geweest tijdig een (voorlopig) bezwaarschrift in te (doen) dienen.
Verweerster heeft eiseres derhalve terecht niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar tegen het besluit van 29 juni 2004.
Het beroep van eiseres dient, gezien het vorenstaande, ongegrond te worden verklaard.
De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van Pro de Awb inzake een vergoeding van proceskosten en beslist als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2005.
(get.) C.G. Kasdorp.
(get.) E. Heemsbergen.
HD
29.04