ECLI:NL:CRVB:2005:AT7038

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/5106 WUV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • C.G. Kasdorp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens overschrijding termijn afgewezen

Opposante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. Tegen deze beslissing heeft opposante verzet aangetekend met het argument dat zij door een tijdelijke verlamming van haar rechterbeen en rechterarm niet in staat was tijdig te handelen.

De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet behandeld en overwogen dat de overschrijding van de beroepstermijn niet kan worden verschoond. De Raad stelt dat opposante zich tijdig tot een derde had kunnen wenden om het beroep (eventueel voorlopig) in te dienen, zeker omdat zij bij haar getrouwde dochter woonde. Er zijn geen omstandigheden aanwezig die toepassing van artikel 8:75 Awb Pro rechtvaardigen.

Daarom verklaart de Raad het verzet ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De medische situatie van opposante en het ontbreken van ziekenhuisopname zijn onvoldoende om de termijnoverschrijding te excuseren.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het beroep blijft niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/5106 WUV
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposante], wonende te [woonplaats] (Indonesië), opposante,
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Opposante heeft beroep ingesteld tegen een door geopposeerde genomen besluit van 10 februari 2004, kenmerk JZ/C60/2004/0071.
Bij uitspraak van 2 december 2004 heeft de Raad het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat dit niet tijdig is ingediend.
Tegen deze uitspraak heeft opposante bij schrijven van 22 december 2004 verzet gedaan. Bij schrijven van 1 april 2005 heeft opposante ter ondersteuning van haar verzetschrift nog enkele stukken ingezonden.
Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 21 april 2005, waar opposante niet is verschenen. Geopposeerde heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. T.R.A. Dircke, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
In verzet heeft opposante aangevoerd dat door een tijdelijke verlamming van haar rechterbeen en rechterarm de beroeps- termijn is overschreden. Aangezien opposante zich financieel geen ziekenhuisopname kon veroorloven en derhalve genoodzaakt was zich thuis te laten behandelen is opposante niet in staat haar gronden medisch te onderbouwen.
Naar het oordeel van de Raad vormt hetgeen opposante in verzet heeft aangevoerd geen grond om de overschrijding van de beroepstermijn, die afliep op 19 mei 2004 en dus niet op 11 mei 2004 zoals abusievelijk in de uitspraak van de Raad van
2 december 2004 is vermeld, te excuseren. De Raad overweegt daartoe dat opposante zich tijdig tot een derde had kunnen wenden om (eventueel voorlopig) beroep te laten instellen. Uit het dossier is niet gebleken dat opposante daartoe niet in staat zou zijn geweest, temeer nu opposante blijkens het beroepschrift bij haar getrouwde dochter inwoonde.
Het verzet moet derhalve ongegrond worden verklaard.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2005.
(get.) C.G. Kasdorp.
(get.) E. Heemsbergen.