ECLI:NL:CRVB:2005:AT7078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds 1986 een WAO-uitkering ontving wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid na een arbeidsongeval, werd vanaf 1994 meerdere malen de uitkering geweigerd omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het besluit van het UWV bevestigd. Appellant stelde in hoger beroep dat hij medisch en psychisch meer beperkt was dan vastgesteld.
De Raad heeft het medisch en arbeidskundig onderzoek van het UWV, waaronder het belastbaarheidspatroon en de beoordeling van functies, als zorgvuldig en goed gemotiveerd beoordeeld. De medische verklaringen van appellant, waaronder die van een revalidatiearts en huisarts, boden onvoldoende aanleiding om de mate van arbeidsongeschiktheid anders vast te stellen of nader onderzoek te gelasten.
De Raad oordeelde dat appellant in staat wordt geacht de voorgestelde functies te vervullen, ook met hulpmiddelen en deeltijdvarianten, en dat het beroep ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.