ECLI:NL:CRVB:2005:AT7185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening maatmaninkomen bij WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht het maatmaninkomen, vastgesteld bij het einde van de wachttijd in 1985, te herzien en de daarop gebaseerde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen aan te passen. Gedaagde wees dit verzoek af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden die een herziening rechtvaardigen.
De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat er wel nieuwe feiten waren, namelijk een nota uit 1994 die onvolledig en ondeugdelijk zou zijn, maar deze nota was reeds onderwerp van eerdere procedures en rechterlijke toetsing.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangedragen die een herziening konden rechtvaardigen. De eerdere rechterlijke uitspraak waarin de nota werd beoordeeld, was onaantastbaar geworden doordat appellant het hoger beroep had ingetrokken.
Daarom bevestigde de Raad het bestreden besluit en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling toe te passen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot herziening van het maatmaninkomen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.