ECLI:NL:CRVB:2005:AT7332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boeten en premienota wegens strijd met Awb en matiging boete door overschrijding redelijke termijn
Appellante stelde hoger beroep in tegen een besluit van het Uwv waarin correctienota's en boetenota's werden opgelegd naar aanleiding van een looncontrole over de jaren 1993 tot en met 1998. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat appellante verwijtbaar had gehandeld en sprake was van grove schuld.
De Centrale Raad van Beroep heropende het onderzoek en concludeerde dat de premienota over 1998 niet in stand kon blijven omdat geen sprake was van voordeel uit dienstbetrekking voor de werknemers. De boetenota's over de jaren 1993 tot en met 1997 werden wel terecht opgelegd, maar de Raad matigde deze boeten met 50% vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De Raad vernietigde het besluit van 4 april 2003 en de premienota over 1998, stelde de boeten voor de jaren 1993 tot en met 1996 buiten toepassing vanwege de minimumbedragen en verlaagde de boete over 1997 tot circa €60. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en premienota over 1998 worden vernietigd, boeten worden gematigd en het Uwv wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht.