ECLI:NL:CRVB:2005:AT7379
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuis- en herinrichtingskosten wegens ontbreken medische noodzaak
Appellante verhuisde op 9 januari 2001 binnen dezelfde plaats en vroeg bijzondere bijstand aan voor verhuis- en herinrichtingskosten en vervanging van haar wasmachine. De gemeente Maastricht wees de aanvraag af omdat het ging om algemene kosten van het bestaan en de verhuizing niet medisch noodzakelijk was. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar tinnitus- en hyperacusisklachten de verhuizing noodzakelijk maakten.
De GGD zuidelijk Zuid-Limburg bracht twee adviezen uit, waarin werd geconcludeerd dat de verhuizing niet medisch noodzakelijk was. De Raad oordeelde dat deze adviezen zorgvuldig tot stand waren gekomen en dat de brief van de huisarts waarin stressklachten werden vermeld, onvoldoende was om het standpunt van de gemeente te weerleggen. Tevens stond vast dat de kosten van de wasmachine al uit eigen middelen waren voldaan, waardoor geen bijzondere bijstand voor deze kosten kon worden toegekend.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het besluit van de rechtbank Maastricht en oordeelde dat de afwijzing van de bijzondere bijstand terecht was. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor verhuis- en herinrichtingskosten en wasmachinekosten wordt bevestigd omdat de verhuizing niet medisch noodzakelijk was en de wasmachinekosten uit eigen middelen waren voldaan.