ECLI:NL:CRVB:2005:AT7574
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigd betaalde bijstand op grond van artikel 81 Abw
Appellant had bijstand ontvangen over de periode van 1 juli 2001 tot en met 19 november 2001, die later onverschuldigd bleek te zijn omdat de grondslag voor betaling was komen te vervallen door een uitspraak van de voorzieningenrechter. Het College van burgemeester en wethouders van Hoogezand-Sappemeer vorderde deze bijstand terug op grond van artikel 81, eerste lid, van de Algemene bijstandswet (Abw).
Appellant voerde aan dat artikel 81, tweede lid, van de Abw van toepassing was en dat terugvordering niet redelijk was omdat de bijstand was verleend op basis van een rechterlijke uitspraak. De Raad oordeelde dat het besluit tot terugvordering was gebaseerd op een onjuiste wettelijke grondslag en dat terugvordering wel mogelijk is op grond van artikel 81, tweede lid, Abw, mits de belanghebbende dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen.
De Raad stelde vast dat appellant rekening had moeten houden met terugvordering omdat de bijstand was verleend ter uitvoering van een voorlopige voorziening van de voorzieningenrechter. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. De Raad vernietigde het besluit van 19 augustus 2002, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot terugvordering wordt vernietigd en de rechtsgevolgen blijven in stand.