ECLI:NL:CRVB:2005:AT7584
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep ongegrond verklaard
In deze zaak heeft opposante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar dit hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de beroepsgronden niet binnen de gestelde termijn van twee weken zijn ingediend. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring is verzet ingesteld.
De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet beoordeeld en vastgesteld dat er geen verontschuldigbare redenen zijn voor het verzuim van opposante. Ook in het verzetschrift zijn geen aanknopingspunten gevonden die het verzuim kunnen rechtvaardigen.
Daarom verklaart de Raad het verzet ongegrond op grond van artikel 8:55, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro.
De uitspraak is gedaan door voorzitter G. van der Wiel in aanwezigheid van griffier A.H. Hagendoorn-Huls en uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2005.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.