ECLI:NL:CRVB:2005:AT7674
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- J.G. Treffers
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gedeeltelijke WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid door ribblessure en zenuwuitval rechterhand
Appellant, een heftruckchauffeur geboren in 1976, viel in augustus 2000 uit wegens een ribblessure en later uitgebreide zenuwuitval aan zijn rechterhand na een val door een ruit. Na medische onderzoeken werd vastgesteld dat hij beperkingen heeft in kracht, beweeglijkheid en sensibiliteit van zijn rechterhand, wat zijn arbeidsmogelijkheden beperkt. De arbeidsdeskundige stelde het verlies aan verdienvermogen vast op 63,3%.
Gedaagde kende appellant een WAO-uitkering toe voor 55 tot 65% arbeidsongeschiktheid, waarbij de rechtbank bepaalde dat appellant geschikt was voor functies als snackbereider, archiefemployé en telefonist, maar niet voor dompelaar, bankbediende en statistisch medewerker. Appellant voerde in hoger beroep aan dat ook psychische beperkingen aanwezig waren en dat hij de genoemde functies niet kon verrichten vanwege zijn handbeperkingen.
De Raad oordeelde dat de medische verklaringen onvoldoende aanleiding gaven voor nader onderzoek naar psychische klachten en bevestigde dat appellant zijn rechterhand ondersteunend kan gebruiken. De Raad achtte het aannemelijk dat appellant de functies van snackbereider, archiefemployé en telefonist kan uitvoeren, mede gezien de aard van de functiebelasting en de ondersteunende rol van zijn rechterhand. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het bestreden besluit gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant voor 55 tot 65% arbeidsongeschikt is en geschikt voor bepaalde functies ondanks beperkingen aan zijn rechterhand.