ECLI:NL:CRVB:2005:AT7709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na aanscherping beperkingenpatroon
Appellante, voormalig informatrice bij NS Reizigers, viel in juli 1998 uit wegens peesletsel aan haar rechterhand. Na een wachttijd van 52 weken werd haar een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Gedaagde herzag deze uitkering per 31 mei 2000 naar 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid. Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening, maar dit werd door gedaagde ongegrond verklaard en de rechtbank Breda bevestigde dit besluit in mei 2003.
In hoger beroep voerde appellante aan dat nieuw ingebrachte rapporten niet in beschouwing mochten worden genomen wegens schending van de Awb-termijn. De Raad oordeelde echter dat dit niet tot schending van haar belangen leidde en dat gedaagde recht had te reageren. Medisch onderzoek door verzekeringsartsen en deskundigen wees op aanscherping van het beperkingenpatroon, maar dit had geen gevolgen voor de geschiktheid van de geduide functies.
De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat appellante de geduide functies kan verrichten, ondanks twijfels van sommige deskundigen die uitgingen van eigen veronderstellingen. Ook het door appellante ingebrachte arbeidsdeskundig rapport gaf geen aanleiding tot twijfel. De grieven van appellante werden ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.